Twintig jaar na Pim: het patriciaat heeft nul gevoel voor burgers

door | 6 april 2022 | Kruiend IJs, Wynia's Week

In de week dat werd onthuld dat de fiscus stiekem lijsten bijhield om burgers met een migratieachtergrond in de gaten te houden, werd ook bekend dat deze dienst de gegevens van Russische oligarchen niet wil vrijgeven. Omdat de privacywetgeving dat zou verbieden.

In dezelfde week deelde de bewindsman voor Asiel mee dat hij particulieren wil dwingen hun onroerend goed beschikbaar te stellen om Oekraïense vluchtelingen te huisvesten en AZC’s te ontlasten. Normale ingezetenen hebben het nakijken en zullen nog jaren op de wachtlijst voor een huis moeten staan.

In dezelfde week werd ook bekend dat de inflatie tot 12% was gestegen, maar van de minister van Financiën hoorden we niets. Behalve dat ze onze islamitische landgenoten ‘een inspirerende vastenmaand’ toewenste.

En zo kunnen we doorgaan.

Elke dag weer

De minister van Volkshuisvesting die dreigt om huizen onder staatsdwang van het gasnet los te koppelen, terwijl hij van vastgelopen experimenten weet dat dit voor burgers onbetaalbaar is.

Dezelfde minister die dwang wil gebruiken om bouwlocaties aan te wijzen, wetend dat het vooral zijn eigen collega is die met stikstofregels woningbouw tegenhoudt.

De minister voor Stikstof trouwens die aankondigt de regels te gaan ‘verscherpen’ wat één op één de boeren raakt, uitgerekend op het moment dat de voedselvoorziening wordt bedreigd.

De minister van Landbouw die een vlees- en suikerbelasting wil invoeren, terwijl de Belastingdienst niet in staat is de BTW op fruit en groente te verlagen. Verhoging van de voedselprijzen dus, terwijl vele gezinnen nu al niet meer rond kunnen komen.

De minister voor Rechtsbescherming die gedupeerden van de kinderopvangaffaire niet kan of wil informeren over hun uithuisgeplaatste kinderen, maar ze wel gratis bijstand van sociale advocaten belooft om op te treden tegen diezelfde overheid.

De minister van Energie en Klimaat die in navolging van EU-commissaris Timmermans de oorlog in Oekraïne een kans noemt om de energietransitie te versnellen en daarbij zwijgt over de energiearmoede onder burgers (en over kernenergie).

En zo verder. Elke dag weer.

Een kleine coterie van gelijkgestemden

Het is allang niet meer het gestuntel of de stoere praat van ministers wat opvalt, maar het totale gebrek aan gevoel voor verhoudingen. Gewoon niet weten of willen weten wat er in de maatschappij speelt. Nul empathie voor burgers. Nul feeling met het echte leven. De ene tegenstrijdigheid gestapeld op de andere. Grotesk en onuitlegbaar.

Maar ze zijn niet de enigen.

Achter deze bewindslieden gaat een Haagse wereld van elkaar napratende en bevestigende adviseurs, belangenbehartigers, bestuurders en hoge ambtenaren schuil. Stuk voor stuk ongekozen, vaak anoniem en menigmaal door elkaar benoemd of ingehuurd.

Een omvangrijke, maar – afgezet tegen de bevolking – ook weer een kleine coterie van gelijkgestemden.

Meer lifestyle dan overtuiging

Ze kijken op dezelfde manier naar de samenleving en naar de toekomst. Hun leven is stevig verankerd in een goede baan en een vast pensioen, armoe kennen ze slechts van horen zeggen. Hun huizen kunnen makkelijk van het gas af, want ze hebben een mooie open haard en geld genoeg voor zonnepanelen en een warmtepomp.

In hun waardenschaal staan klimaat, energietransitie, Europa, migratie en diversiteit centraal. Daar gaat het om en die kant moet het op. En mocht de samenleving dat niet willen of vriendelijker gezegd, er nog niet aan toe zijn, dan moeten ‘we dat beter uitleggen’. Blijft er weerstand, ja jammer, dan is dwang onvermijdelijk.

Ze zijn links-liberaal. Daar komt meestal geen partijkaart aan te pas. Het is meer een lifestyle dan een overtuiging, want als er toevallig een windturbine te dicht bij hun fraaie huis dreigt te komen, gaan ze net zo hard in het verzet als de ‘gewone man’.

Twee soorten gewone mannen

Die gewone man speelt in hun leven een curieuze rol. In abstractie is hij de ideële basis voor hun progressieve aspiraties. De planeet redden doen we voor jullie! Met Europa hebben jullie een beter leven! Het kan ook jou overkomen dat je moet vluchten, dus wees aardig voor migranten. Et cetera.

Zodra het concreet wordt, blijken er twee soorten gewone mannen te zijn. De calculerende, ontevreden en ongemanierde gewone man (m/v), meestal wit, rechts en racistisch. Daarnaast de miskende, gediscrimineerde en zielige gewone man (m/v), meestal ‘van kleur’, goedwillend en hulpeloos in een zee van uitsluiting.

De een moet worden bestreden, de ander blindelings geholpen. Tenzij natuurlijk moet worden aangenomen dat er onder de gewone man van de tweede categorie rotte appelen zitten, bijvoorbeeld als ze een fout maken bij de aanvraag voor een kinderopvangtoeslag of als ze een donatie aan een moskee overmaken. Dan is iedereen weer gelijk.

Inwisselbare invloedrijke mensen

We praten hier niet over een kwaal die alleen in Haagse kringen voorkomt. Bestuurders van universiteiten, grote bedrijven, ziekenhuizen, banken en verzekeraars, hoofdredacties van kranten, uitgevers, bobo’s in de kunst- en cultuursector, de leiding van de politie en krijgsmacht, professoren, journalisten, consultants en burgemeesters, de Bruls-achtigen voorop, lijden er ook aan. En met hen hun entourage van stafmensen, woordvoerders en diversity officers.

Deze invloedrijke mensen blijken vaak inwisselbaar. Wie hun carrièrepaden volgt, ziet een soort recycleproces. Een nieuwe positie mag in een andere instelling of omgeving zijn, de rol is dezelfde.

Het gaat om hun ‘bestuurlijke vaardigheden’ en hun vermogen om – gaap – ‘veranderingen te bewerkstelligen, mensen te inspireren, nieuwe wegen in te slaan, diversiteit te versterken, bij te dragen aan een inclusief klimaat, duurzaamheid te bevorderen en in het algemeen een verantwoordelijke rol te vervullen in de samenleving’.

De noden van de gewone man worden niet ontkend, maar evenmin doorleefd. ‘We worden allemaal een beetje armer’, aldus de premier, doelend op de inflatie en mogelijke effecten van de sancties tegen Rusland.

Een beetje armer …

Drie voormalige topambtenaren

Dit zijn geen incidenten meer. Dit is betonrot. De dames en heren kunnen wel zeggen dat dit een ‘gaaf land’ is, maar de onvrede en vervreemding die tot de opkomst van Fortuyn leidden, zijn niet weg, integendeel, die zijn verveelvoudigd. Het heeft bij gebreke van een tweede Fortuyn nog geen uitweg gevonden naar de macht of de straat, maar wie zijn oor op de rails legt, hoort de trein naderen.

Wat te doen?

Die vraag stelden drie voormalige topambtenaren zich ook. Ze schreven bij de start van Rutte IV, nu drie maanden geleden, een lang artikel in De Groene met de titel Hoe kan de Haagse bestuurscultuur daadwerkelijk veranderen?

Niet minder dan veertien suggesties legden ze op tafel. Indrukwekkend, maar bij nadere beschouwing nogal technisch of abstract en pas te realiseren na heel veel gepraat en gepolder, met zeer onzekere uitkomsten voor die nieuwe bestuurscultuur (die ze overigens nauwelijks definiëren).

Op dorre grond

Zo kun je op goede gronden pleiten voor een herinrichting van de derde bestuurslaag in ons land, de gemeenten, maar of het er ooit van komt, is zeer de vraag. Nog daargelaten of de introductie van twee soorten gemeenten verstandig is en tot een andere bestuurscultuur in Den Haag leidt.

Er is ook best wat te zeggen voor meer lange-termijnplannen, maar als je dan zwijgt over het smorende effect van de bij elkaar onderhandelde klimaatplannen of de onverhoeds ingevoerde stikstofplannen, dan valt het betoog op dorre grond.

Belangrijker is dat deze goed ingevoerde mensen de kat de bel niet aanbinden. Hun voorstellen zijn niet dom of verkeerd, maar ze ontberen een analyse van de status quo en de lange voorgeschiedenis ervan. Daarmee missen ze urgentie en trefzekerheid en zullen ze, als ze al ooit in uitvoering komen, niets veranderen.

Ze leven in hetzelfde reservaat

Het is het betonrot dat na jaren wegkijken en ontkennen, doordrammen en draaien, bevoordelen en veroordelen ons politieke en ook maatschappelijke bestel heeft aangetast. We worden bestuurd en beheerst door een minderheid die een uniforme, monolithische kijk op de wereld en onze samenleving heeft. Tegenspraak wordt afgedaan als populisme, tegenstanders worden getroffen door uitsluiting.

De politieke partijen die dit bestel dragen, de zogeheten gevestigde partijen, zijn verkiezingsvehikels voor hun leiders geworden. Ze zeggen te staan voor een eigen visie, maar ze zijn in feite niet veel anders dan de echo van de specifieke klasse die ze representeren. Groen, vrijheid, solidariteit zijn geursporen die deze klassen van elkaar scheiden, maar ze leven in hetzelfde reservaat, het patriciaat.

Zolang dit patriciaat de touwtjes in handen heeft, verandert er niets. Daar kunnen verstandige oud-topambtenaren ook niets aan doen.

Paul Verburgt