Pak de morele ontwrichting van de overheid aan

door | 18 maart 2021 | Wynia's Week

Dat was dus het feest van de democratie, de verkiezingen. Dan is het nu tijd voor het wonder van de democratie, de kabinetsformatie. Het wonder is niet dát er een kabinet komt, maar waarméé dat kabinet komt. Meer dan ooit ging het in de verkiezingsstrijd om de performance, gevatheid en  menselijke kantjes van de lijsttrekkers. Was Jesse moe en hoe duur was de jurk van Kaag? Hoorden we daar Rutte stamelen of was dat Hoekstra?

Hoe bouw je de leegte om tot een regeerakkoord

De inhoud? Ik kan me er nu al niets meer van herinneren. Iedereen is voor alles en tegen veel. Geen enkel onderwerp domineerde het debat, zelfs de ongekende coronacrisis niet.

Men droomde voor u en mij een prachtige toekomst waarin het lam sluimert tussen de poten van de leeuw, hooguit een beetje hoestend vanwege de nabij gelegen biomassacentrales.

De arbeid om deze leegte om te bouwen tot een minutieus geformuleerd regeerakkoord heet formeren. Velen, vooral in Den Haag en in de betere kringen, vinden dit machtig interessant. Mij irriteert het mateloos.

 

Dingen regelen die nauwelijks besproken zijn

Of ik dan niet weet dat in ons minderhedenland nu eenmaal onderhandeld en uitgeruild moet worden. En dat dit niet in het openbaar kan. En dat het al veel opener gaat dan vroeger. En dat heel veel landen jaloers op ons zijn.

Ja hoor, ik weet het.

Mijn punt is dat het inmiddels normaal wordt gevonden om tijdens een kabinetsformatie dingen te regelen die in het openbaar debat tussen regering en volksvertegenwoordiging niet oplosbaar zijn of in verkiezingstijd nauwelijks besproken zijn.

Weet u nog? Opeens moest Rutte III het meest groene kabinet ooit worden en Nederland klimaatkoploper. Duveltje uit een doosje. Over wonderen gesproken.

 

We mogen ons hart vasthouden

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat het nu beter zal verlopen. De winst van D66 kan zo maar leiden tot een radicaal pro-europese zwenking. Misschien moeten we nu opeens EU-koploper worden. Wie zal het zeggen?

Voor je het weet, wordt de aandacht afgeleid van een existentieel probleem waarmee onze samenleving kampt. Een steeds dieper invretende betonrot die de fundamenten van onze maatschappij aantast. De partijen die in de komende formatie ‘het motorblok’ lijken te gaan vormen, hebben er alle belang bij om weg te kijken. Ze droegen er verantwoordelijkheid voor, als ze al niet de aanjager ervan waren.
Om ze bij de les te houden en ons, de burgers, een steun in de rug te geven, heb ik het eerste hoofdstuk van het regeerakkoord geschreven. Te gebruiken vrij van auteursrechten.

‘Het kabinet is doordrongen van de zeer ernstige bevindingen van het parlementaire onderzoek naar de toeslagenaffaire, Ongekend Onrecht, en de niet minder ernstige observaties van de Kamercommissie Uitvoeringsorganisaties, beschreven in het rapport Tussen Balie en Beleid’.

Er is allang geen sprake meer van een paar incidenten, maar van een structurele misstand die de gehele overheid heeft aangetast. Departementen, uitvoeringsorganisaties, maar ook parlement en kabinet, ja zelfs hoge colleges van staat zoals de Raad van State en de Ombudsman zijn het zicht kwijt geraakt op hun primaire opdracht: het beste te willen bereiken voor de burger, ongeacht diens herkomst of maatschappelijke positie.

 

Burger als hinderpaal voor het beleid

Het kabinet realiseert zich dat veel beleidsvorming en -uitvoering zich heeft ontwikkeld tot een op zichzelf staande activiteit waarbij de burger geen rol meer speelde als belanghebbende, maar als rekeneenheid of – als hij niet terstond wilde meewerken – als een hinderpaal voor het beleid.

Het kabinet erkent dat vooringenomenheid en vooroordeel, ja zelfs systematische wetsovertreding en discriminatie, jaren achtereen aan de orde van de dag zijn geweest. Signalen van vele kanten dat zaken ernstig uit de hand aan het lopen waren, zijn genegeerd en zelfs stelselmatig verborgen gehouden waarbij niet zelden de boodschappers in goede naam en faam, zelfs in hun bestaansgrond werden aangetast.

 

Niet uitvoerders maar wíj gaan onze vooroordelen onderkennen

Het kabinet neemt afstand van elke suggestie dat de morele ontwrichting van de beleidsontwikkeling en -uitvoering te wijten is aan de uitvoerende medewerkers op de werkvloer van de talrijke overheidsorganisaties. Het is precies andersom: wij zijn het die verantwoordelijk zijn, het kabinet, de volksvertegenwoordiging, de hoge colleges van staat, de directeuren en andere hoge leidinggevenden. En ook de talloze belangenorganisaties die bij de overheid kind aan huis zijn en die veelal door diezelfde overheid, ons dus, worden gesubsidieerd.

Het idee van het vorige kabinet om alle medewerkers naar een cursus te sturen om ‘vooroordelen bij zichzelf te onderkennen’ beschouwen wij als een teken dat die vooringenomenheid juist bij ons als autoriteiten bestaat. Wij zullen dan ook die cursus gaan volgen, niet de werkvloer.

 

Twee onafhankelijke regeringscommissarissen

Het zal niet eenvoudig zijn om de structurele ontwrichting van de overheidsorganisatie weg te nemen. Te meer omdat wij als kabinet ook direct object, mogelijk zelfs obstakel voor de oplossing zijn. Dat geldt naar ons inzicht ook voor de volksvertegenwoordiging en de andere spelers.

Het kabinet heeft daarom besloten om twee onafhankelijke regeringscommissarissen aan te stellen die de komende kabinetsperiode met ruim mandaat en vrijwel onbeperkt budget de overheid in al haar facetten gaan doorlichten en plannen zullen maken voor de organisatie van de broodnodige ‘tegenmacht’ en transparantie.

We denken dat dit werk in ten hoogste anderhalf jaar valt te realiseren.

Zodra de commissarissen hun bevindingen en voorstellen op tafel hebben gelegd, zullen wij daarover binnen drie maanden een standpunt bepalen en dat tot inzet van nieuwe verkiezingen maken.

Dat betekent dat het voorliggende regeerakkoord dat we al tot enkele kernpunten hebben beperkt, geen langere werkingsduur zal hebben dan maximaal twee jaar.

We delen tot slot mede dat mevrouw Renske Leijten en de heer Pieter Omtzigt bereid zijn om een benoeming als regeringscommissaris te aanvaarden.’

Geen dank. Graag gedaan.