Over niet-verplaatsbare bomen

door | 16 maart 2018 | ManagementSite

Ik woon in een dorp van nog geen vijfduizend inwoners. We maken deel uit van een soort gemeentelijke federatie met een fantasienaam, maar daar trekken we ons niks van aan. We zijn (van) ons eigen.

Op dit moment staan ruim 70 woningen te koop. Dat worden er alleen maar meer. Crisis en vooral vergrijzing of sterfte, zo u wilt.

Toen kwam er een stukje gemeentegrond vrij waarop een basisschool had gestaan. Opgeheven bij gebrek aan leerlingen. Midden in een woonwijkje. Een uitgelezen plekje om een speeltuintje te creëren. Of een voetbalveldje.

Maar nee, het was de ideale plaats voor een stukje ‘kleinschalige binnenstedelijke verdichting’. Pardon? Een stukje kleinschalige binnenstedelijke verdichting. Hè?

Ik vertaal het voor u. De gemeente bedoelt dat ze deze paar vierkanten meter grond wil verpatsen en laten volpleuren met dicht op elkaar staande huisjes waar geen hond in wil wonen.

Niks aan de hand kortom, Ik bedoel, business as usual.

Maar nu komt het en daarom geloof ik dat er meer is tussen hemel en aarde.

Er stond een boom. Precies op de plek waar die benepen huisjes moesten komen. Bomen zijn zielig en deze helemaal, want ‘niet-verplaatsbaar’. Daarmee onderscheidt deze boom zich van vrijwel alle andere bomen in mijn dorp, want die zijn eenvoudig verplaatsbaar. Vaak ook uit zichzelf. Sommigen komen al op je af als je naar ze fluit. Er was zelfs een boom die de hele tijd achter me aanliep. Bij het boodschappen doen, zelfs bij het hardlopen. Nou ja, uiteindelijk hebben we hem maar gehouden.

Deze boom was niet-verplaatsbaar. Omhakken mocht ook niet. En dus moest de architect zijn tekeningen herzien en zijn Madurodamhuizen ‘om de boom heen krullen’. Is gelukt, zij het dat er nu minder huizen konden worden gebouwd dan eerst.

Behalve veel leegstand en niet-verplaatsbare bomen hebben we in ons dorp ook een open, ik haast me zelfs te zeggen: erg democratische sfeer. Geen plan of er vindt een raadpleging van de bevolking plaats. Die moppert op voorhand, want we willen ons eigen blijven. Daarbij benutten we alle middelen die ons dezer dagen zo rijkelijk door onze politieke leiders worden aangereikt. En meer dan dat.

Die boom dus. Onverplaatsbaar. En waarom zou je ‘m ook verplaatsen? Hij hoorde bij ons zoals wij bij hem. Een symbool, een verbinding tussen generaties. Hadden wij onder zijn takken niet onze diepste geheimen gedeeld? Net zoals onze kinderen? Geborgenheid gevonden, steun en liefde? ‘Ik ben ook een boom!’, aldus een potige vader.   

In onze dorpskrant stond een verslag. De architect die door gemeente en projectontwikkelaar zou worden geofferd aan de bloeddorst van de wijkbewoners, was ruim op tijd aanwezig om zijn presentatiemateriaal neer te zetten. En ook tafeltjes, drankjes en hapjes, want onze lokale democratie heeft soms best trek. Terwijl hij de boel gereed wilde maken, ‘moest hij constateren dat de grote woudreus waaraan hij zo krachtig zijn ontwerp had opgehangen, inmiddels was verdwenen. Een gat in de aarde was het enige wat was overgebleven.’

De unieke, onverplaatsbare boom was zomaar opeens ziek geworden en gerooid.

Kijk, dames en heren, u hebt altijd allerhande meningen over hoe leiders zich moeten gedragen, bij voorkeur verwoord in vier, vijf handige tips, maar dit is de werkelijkheid. Echte leiders ontvangen hulp van elders, van Boven wellicht. Daar hebben ze u en misschien ook mij niet voor nodig. Zo’n boom is leiderschapstechnisch gezien een peanuts.

Er is nog veel gemopperd op het aanstaande bouwterreintje, maar ik verzeker u, die huizen komen er. Conform plan 1.

Paul Verburgt