Minister van Hoop blijkt Minister van Hoop Ellende

door | 3 juli 2021 | Wynia's Week

Ook bij de top van haar partij zal het inmiddels zijn doorgedrongen: Sigrid Kaag is een probleem. En dat probleem wordt met de dag groter.

Zonder twijfel boekte Sigrid Kaag bij de Tweede Kamerverkiezingen een grootse overwinning. Ze piekte met haar pleidooi voor een nieuw leiderschap precies op het goede moment.

Tegelijkertijd waren er – voor wie het wilde zien – al voldoende aanwijzingen dat de nieuwe partijleidster een risico kon worden.

 

Toen ze als minister toetrad tot Rutte III, moest ze in allerijl lid van D66 worden gemaakt. Had ze niet geopteerd voor het lijsttrekkerschap, dan hadden we haar waarschijnlijk nooit meer over de partij gehoord. Ze is niet van de (een) partij, ze is van zichzelf. En dat zou ze in de aanloop naar de verkiezingen laten merken ook.

Ook haar band met Nederland was een punt. Door haar jarenlange verblijf in het buitenland was ons land haar feitelijk onbekend. Bovendien had ze altijd voor VN-organisaties gewerkt wat haar focus en persoonlijke oriëntatie fundamenteel deed afwijken van wat hier te lande van politici wordt verwacht.

Kwam bij dat ze altijd in de hoogste kringen had vertoeft, wat ook niet direct een politica-van-de-gestampte-pot opleverde.

Het leidde tot schutterige tafereeltjes van een chique diplomate die ‘gewoon’ probeerde te zijn en daarmee haar anders-zijn slechts benadrukte. Zo vertelde ze een keer dat ze met de secretaris-generaal in de Schilderswijk was geweest. ‘Hè? De secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken? Huh … nee, van de Verenigde Naties.’

Partijleider

Het partijleiderschap werd Sigrid Kaag op een presenteerblaadje aangeboden. De enige potentiële tegenkandidaat Rob Jetten trok zich schielijk terug toen zij liet merken partijleider te willen worden, niet zonder een trap na uiteraard: hij meldde te zullen gaan stemmen op de partijgenoot die het meest creatief campagne zou voeren.

Het partijkader bewonderde Kaag’s globale allure en vond haar helemaal passen in de onthechte internationale belevingswereld van de partij. De verwachtingen waren letterlijk torenhoog: Sigrid Kaag wilde naar het Torentje en de partij zag dat zo maar gebeuren.

Het is heel Nederlands om een benoeming op een hoge positie te larderen met bescheiden gezucht als ‘iemand moet het doen’ en ‘ik sta op de schouders van grote voorgangers’, maar aan dat ritueel deed Sigrid Kaag niet mee. Jarenlang had ze stap voor stap toegewerkt naar het partijleiderschap en toen het eenmaal zo ver was, was voor haar de kous af. Mission accomplished zal ze hebben gedacht.

Ook met andere, zwaarder wegende gewoontes had ze niets. Het verkiezingsprogramma, toch het vehikel waarmee partijleiders proberen kiezers te lokken, interesseerde haar geen lor, geen verrassing bij een non-partijtijger als Sigrid Kaag.

Op simpele ‘kennisvragen’ moest ze geregeld het antwoord schuldig blijven. Cijfers en feiten bleken ook niet aan haar besteed. Nederland moet 3% van zijn bruto binnenlands product aan onderwijs uitgeven, claimde ze een keer (‘want onderwijspartij’), kennelijk onkundig van het feit dat ze daarmee een bezuiniging van 35% voorstelde.

Het schaadde haar niet. Hoe harder het hoongelach, des te groter de steun van de partij die in de kritiek ongetwijfeld een bewijs van de kleinburgerlijke staat van de Nederlandse politiek zag.

Helemaal in de lijn van haar ongebonden opstelling was ook dat Sigrid Kaag eigenhandig het verkiezingsthema van D66 bepaalde, terwijl het verkiezingsprogramma al af was. ‘Het is tijd voor een nieuw leiderschap.’

Toegegeven, een tamelijk briljante vondst. Filosofie en persoon vloeiden ineen en hoewel Sigrid Kaag telkens benadrukte dat haar vrouw-zijn geen rol hoorde te spelen, impliceerde ze steeds dat een stem op haar de eerste vrouwelijke premier van Nederland naderbij zou brengen. Het leidde zelfs tot een parallelle campagne binnen de partij met – onze Sigrid is hartstikke gewoon – een paarse sneaker als logo.

Het werkte! Met name van GroenLinks en de PvdA staken vrouwelijke kiezers over naar D66. Geholpen door de onverbloemde steun van de mainstream media: Jinek, M, Nieuwsuur, Op1, Buitenhof, allemaal waren ze idolaat van haar. En ook bij columnisten en redacteuren van Volkskrant, NRC en Trouw kon ze niet kapot.

Minister van Hoop

Je moet van goede huize komen om dan nog aan jezelf te twijfelen. Op een gegeven moment verklaarde Sigrid Kaag dat ze het gevoel had de Minister van Hoop te zijn. En haar supporters beaamden dat maar al te graag.

Toch, wie de moeite nam om door deze mutual admiration heen te kijken, zag een partijleider die zichtbaar ongemakkelijk, zo niet verlegen haar functie vervulde en slechts door een betonnen eerzucht overeind werd gehouden.

Heeft ze echt gedacht dat ze in het Torentje zou komen?

Het zou kunnen: als je zo naar de ogen wordt gekeken, vergis je je maar al te snel. En zo niet, dan heeft ze uit woede of – erger –  met voorbedachten rade geprobeerd de verkiezingsuitslag achteraf te veranderen. Voorbeelden van dit soort streken vind je in onze parlementaire geschiedenis niet. Daarvoor moet je in landen zijn die ze vroeger als diplomaat bezocht.

Toen de echte winnaar van de verkiezingen, Mark Rutte,  geen krimp gaf, kwam de boemerang terug bij de werpster die daarop fout op fout stapelde. Van het nieuwe leiderschap bleef geen spaan heel.

Reeks van incidenten

Schimmige dealtjes maken rond het kamervoorzitterschap, eisen dat coronamaatregelen worden gestaakt om dit een dag later weer in te slikken, wegkijken bij een seksschandaal van een D66-Kamerlid, onwaarheden vertellen over gesprekken met de nabestaanden van een Israëlisch terreurslachtoffer, gewoon doorgaan met de subsidiëring van dubieuze Palestijnse organisaties,  pleiten voor nog meer klimaatmaatregelen bovenop wat nu al onhaalbaar is en bovenal het klemrijden van de formatie door onwrikbaar vast te houden aan een vijfpartijenkabinet dat Mark Rutte niet ziet zitten.

Ondertussen leerde Nederland steeds meer gezichten van Sigrid Kaag kennen. De vriendelijk lachende wereldburger was bekend, maar de bitse, nederengels haspelende parlementariër nog niet. Ook de nietszeggende, belerende tweets over abstracte kwesties begonnen op te vallen evenals het Prinses-Beatrixaccent waarmee ze de mensen toesprak. Dat ze met die mensen niet veel op had, was al eerder gebleken in de VPRO-documentaire Sigrid Kaag –Van Beiroet tot Binnenhof, toen ze over rechtse kiezers uitriep: wie zijn toch die mensen?

Aan die documentaire blijkt vijf jaar te zijn gewerkt. Eendrachtig, door de VPRO, het ministerie van Sigrid Kaag en D66. Dat weten we sinds kort, niet dankzij de openheid die het nieuwe leiderschap pretendeert te bieden, maar door een taai volgehouden WOB-procedure van een willekeurige burger. Het was uitgerekend het door Sigrid Kaag verachte GeenStijl dat het pijnlijke handjeklap naar buiten bracht.

Anderen de schuld geven

De geagiteerde partijleider heeft nog even – ook heel klassiek – getracht de schuld op anderen te schuiven, maar dat is  inmiddels voorbij. Dat kon ook niet anders, haar rol staat gewoon op papier.

Het eind is nog niet in zicht. Op vragen van Martin Bosma van de PVV antwoordde Arie Slob, de minister die gaat over de publieke omroep, in december 2020 dat de VPRO volledig onafhankelijk haar werk had verricht en dat er geen externe beïnvloeding had plaatsgevonden. Collega Kaag en haar fractie zwegen terwijl ze wisten dat dat niet waar was.

Inmiddels is de ombudsman van de NPO een onderzoek begonnen. Of die diep en onafhankelijk zal graven, moet blijken, maar ze zal toch minstens aandacht moeten besteden een de hoge D66-dichtheid bij de betrokkenen. De baas van de VPRO was in het verleden campagneleider van D66, de chef van de NPO is een  D66’er en er is ook nog subsidie verstrekt door een organisatie waar deze twee D66-prominenten aan de touwtjes trekken.

Als deze affaire al met een sisser afloopt, dan nog is Sigrid Kaag niet gered. Ze is accident prone (van de weeromstuit gaat uw columnist steeds meer Engels spreken). Ze mist de handigheid, de souplesse, het inlevingsvermogen van een politicus en nog meer ontbeert ze de connectie met het gewone leven. Ze is een kat in een vreemd pakhuis.

In een paar maanden tijd is Sigrid Kaag getransformeerd van Minister van Hoop tot Minister van Hoop Ellende. Pijnlijk en tragisch voor haar, slecht voor D66 en ook niet goed voor het landsbestuur.

De betrokkenen zullen voorlopig wel met stiff upper lip (hè verdorie, weer Engels) doorgaan, maar de schade zal groot zijn.

Bokkig

Hoe meer ze in het nauw komt, des te hardhandiger en bokkiger ze zich zal gaan gedragen. Aan gekwetste zielen heeft ze geen boodschap, aan collegialiteit evenmin. Eerder al gooide ze partijgenoten als Ingrid van Engelshoven zonder plichtplegingen voor de bus. Ze is eigengereid en koppig en in the end heeft ze niets met haar job noch met ons land.

We kunnen al dan niet besmuikt lachen om de implosie van het CDA, die van D66 zit eraan te komen.

De vraag gaat worden: is er voor Sigrid Kaag een functie elders, dus niet in de Kamer en ook niet in het kabinet?

Als de top van D66 verstandig is, gaat ze daarover nadenken.

Paul Verburgt