Komt die hoofddoek er stiekem toch bij de politie?

door | 24 juli 2021 | Kruiend IJs, Wynia's Week

Het is een goede zaak dat de politieleiding korte metten maakt met agenten die zich racistisch gedragen. Ook als ze dat alleen in woorden doen, onder elkaar als ‘uitlaatklep’: racistisch praten over burgers en hun etnische achtergrond past de politie niet. Klaar.

Eén keertje waarschuwen, bij de tweede fout eruit.

Als je dit gedrag niet bij de wortel aanpakt, gaat het woekeren. Er is altijd wel een vergoelijking te bedenken, zoals die uitlaatklep, maar daar moesten we maar niet aan beginnen. Het gaat hier over de politie, niet over een paar kroegtijgers na sluitingstijd.

Onpartijdigheid boven alles

Het discriminatieverbod is geen hip woke-dingetje. Het is een waarde, rechtstreeks verbonden met de legitimiteit van de politie: haar onpartijdigheid. Burgers moeten er blind op kunnen vertrouwen dat ze niet vanwege hun huidskleur, geslacht, postcode of ander irrelevant kenmerk worden achtergesteld. Of voorgetrokken.

Voordat u ‘ja natuurlijk’ roept, bedenk dan dit. Het realiseren van onpartijdigheid in de praktijk van alle dag kan bijzonder lastig zijn. De politie functioneert op the thin blue line tussen orde en chaos. Daar doe je het niet snel goed.

Hoofdcommissaris knielt

Preventief fouilleren op wapenbezit bijvoorbeeld maakt je, hoe noodzakelijk het ook kan zijn, kwetsbaar: je houdt niet snel een bejaarde achter een rollator aan en wel een groepje intimiderend rondhangende ‘jongeren’. Discriminatie!! Maar zou je die bejaarde voor de vorm wel fouilleren, dan is ook het hek van de dam. Of kijkt iedereen dwars door dit toneelstukje heen.

Het beoefenen van onpartijdigheid is een vaardigheid waarop niet genoeg getraind en gelet kan worden. Daarom steun ik ook acties zoals tegen dat groepje agenten in Rotterdam dat zich in app-groepjes liet gaan.

Daarom ook stoor ik me geweldig aan hoofdcommissaris Martin Sitalsing. Die liet zich vorig jaar weloverwogen op de foto zetten, knielend in uniform, nog net niet met de vuist in de lucht.

Black lives matter!

Olie op het vuur

George Floyd was kort tevoren bij zijn aanhouding om het leven gekomen door disproportioneel optreden van een politieman. De hele wereld kon het volgen want het incident werd gefilmd. De emoties liepen hoog op en overal werd gedemonstreerd tegen politiegeweld die zich vooral op zwarte mensen zou richten. Ook in Nederland waar de beruchte demonstratie op de Dam werd gehouden midden in de lockdown.

Exact op dat moment gooide deze hoofdcommissaris nog eens olie op het vuur. Niks geen onpartijdigheid, maar een politieke manifestatie. Door zich demonstratief aan de kant van Black Lives Matter op te stellen suggereerde hij minstens dat het er bij de Nederland politie even gewelddadig en racistisch aan toe gaat als in Amerika.

Openlijk liet hij ook zien dat hij zich associeert met een beweging die niet veel moet hebben van de politie (defund the police!) en van democratie in het algemeen. Voor wie twijfelt, kijk maar naar de steunbetuigingen van Black Lives Matter voor het dictatoriale Cubaanse regime. Onder menige BLM-er is de communistische ideologie favoriet.

BLM is zelf racistisch, en anti-democratisch

De Black Lives Matter-beweging moet ook niets hebben van blanken. Die zijn volgens deze club intrinsiek racistisch, hebben door hun huidskleur per definitie een maatschappelijke voorsprong (white privilege) en koloniseren cultuur en eigenheid van zwarte mensen (cultural appropriation). Als je als ‘witte’ tegen deze racistische stereotypering bezwaar maakt, ben je nog een slapzak ook (white fragility).

Dit is kennelijk het gedachtegoed van deze hoofdcommissaris, niet door mij bedacht, maar door hem middels een pathetische foto aan de bevolking meegedeeld.

Of u vooral niet wilt denken dat de politie partijdig is.

En wat zegt de politie zelf?

Ik heb eens nagevraagd wat de korpsleiding van deze politieke demonstratie van een van haar hoogste mensen vindt. Een persoonlijke mening, aldus een woordvoerder, niet die van de korpsleiding.

Het moet niet gekker worden. Dus straatagenten die onderling in straattaal hun irritatie over straattuig overschreeuwen, zijn fout, maar een hoofdcommissaris die zich bewust en publiekelijk schaart achter een racistische, anti-blanke, antidemocratische beweging die van de politie af wil, is okay.

Politietop heeft eigen definitie van diversiteit

Is dat al onverteerbaar, het kan nog erger. Deze hoofdcommissaris is inmiddels ook portefeuillehouder diversiteit en inclusie van de Nationale Politie geworden, rapporterend aan mevrouw Liesbeth Huyzer, plaatsvervangend korpschef, de een na hoogste baas van de politie.

Opdracht is om het korps diverser te maken. Op zichzelf een prima streven want op dit moment is de politie nogal eenzijdig samengesteld.

De politietop heeft evenwel een heel eigen definitie van diversiteit. Het blijkt vooral om etnische diversiteit te gaan en dan nog heel specifiek ook: meer politiemensen met een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse achtergrond binnenhalen en (ook) op leidinggevende posities krijgen.

De politietop doet daarbij logisch onhoudbare uitspraken als ‘de politie kan haar taak alleen naar behoren vervullen als het korps divers is samengesteld’ alsof er een causale relatie is tussen – ik noem maar wat – het opsporen van dieven en het hebben van een politiekorps met meer etnische agenten.

Grapperhaus over de top

Minister Grapperhaus van Justitie ging indertijd (2017) helemaal over de top: ‘Een divers politiekorps is absoluut noodzakelijk voor een effectieve aanpak van criminaliteit, radicalisering, discriminatie en overlast’. Goh, diversiteit is kennelijk een tovermiddel. Had dat eerder gezegd!

Tezelfdertijd spreekt de korpsleiding over de uitsluitende werking van de mannelijke ‘witte’ politiecultuur waarmee mensen ‘van kleur’ niet uit de voeten kunnen. Ook de minister doet mee en stelde: mooi hoor die collegialiteit en teamspirit bij de politie, maar ‘de keerzijde is de andere kant uit kijken, afdekken en uitsluiting’.

De diversiteitsbazen willen de hoofddoek

Nou, dat zal die 65000 witte dienders een fijn gevoel geven. Die moeten het kennelijk niet van hun bazen hebben. Wel van het publiek dat ze jaar na jaar beloont met de mooiste tevredenheidscijfers en geen woord wijdt aan eventuele discriminatie.

De waardering onder Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders is wat lager, maar discriminatie speelt daarin nauwelijks een rol. Wel het lage salaris en de lage status van het werk …

Je mag vrezen dat onze hoofdcommissaris voor dit soort nuances niet thuis is. Zijn Black-mening staat vast en de rest doesn’t matter.

Maar het kan nog doller. Beide hoofdverantwoordelijken voor het diversiteitsbeleid van de politie zijn voorstander van het hoofddoekje voor politievrouwen in uniform. We praten dan niet meer over etnische diversiteit, maar over diversiteit van overtuiging. Met name de islamitische overtuiging, want een vergelijkbaar enthousiasme viel andere geloven niet ten deel.

Dat hoofddoekje is geen hearsay, maar door de plaatsvervangend korpschef gewoon in het openbaar kenbaar gemaakt. Geen verspreking of een losse gedachteoefening, maar een welbewuste stellingname. Gedaan op een debatbijeenkomst van De Balie op 2 september 2020.

Het uniform, symbool van de onpartijdigheid van de politie, was eigenlijk niet meer dan bedrijfskleding. Het kwam niet aan op zoiets banaals als kleding, maar op het individuele gedrag van de politieman of -vrouw. Die moet zich bedienen van zulke normen en waarden dat hun onpartijdigheid voor ieder helder is.

En door het hoofddoekje toe te staan, zou weleens een grote belemmering voor de instroom van vrouwen van met name Marokkaanse en Turkse origine kunnen worden weggenomen. Werving boven neutraliteit.

Dat is me nogal een standpunt. Dat begreep de eveneens aanwezige hoofdcommissaris ook die daarom meldde: ‘Niet te vroeg juichen.’

Juichen (sic).

Is het hoofddoekje nu van tafel?

Sindsdien is het stil gebleven. Is het hoofddoekje van tafel of wordt er achter gesloten deuren toegewerkt naar de formele introductie ervan?

Even nagevraagd. Nee, aldus de woordvoerder, het officiële standpunt van de korpsleiding is dat bij het politie-uniform geen hoofddoekje hoort. En er wordt ook niet toegewerkt naar de introductie ervan. Weliswaar staat in de desbetreffende regeling dat de politiekleding kan worden aangepast als maatschappelijke veranderingen dat nuttig of nodig maken, maar dat is nu niet aan de orde.

Ik wil dat geloven. Letterlijk. Ik wil namelijk niet geloven dat de politietop en de minister de deur openzetten voor religieuze symbolen. Juist nu niet, nu onze samenleving steeds verder polariseert. Eerder ook dat minuscule kruisje aan dat halskettinkje van een katholieke agente verbieden dan de andere kant op en het politiepak degraderen tot praktische werkkleding.

Dat heeft – ik zeg het maar vast zodat recensenten van dit artikel zich die moeite kunnen besparen – niets te maken met mijn opvatting over de islam. Ook ben ik niet tegen diversiteitsbeleid en al helemaal niet tegen de politie.

Wie echter denkt dat met het hoofddoekje ook meer Turkse en Marokkaanse vrouwen agent willen worden, leeft onder een steen. Daar is geen enkele aanwijzing voor. En los daarvan heb je altijd nog te maken met de acceptatie van dit religieuze kledingstuk door de burgerij, mannelijke moslims niet in het minst. En wijzen naar het Verenigd Koninkrijk waar hoofddoekjes wel zijn toegestaan, is een nummertje selectief winkelen.

Pas maar op

Blijft over de vraag waarom beide toplieden van de politie vorig jaar zo ostentatief het hoofddoekje hebben omarmd. Een faux pas? Nou nee, we moesten dit maar zien als een persoonlijke mening, aldus de woordvoerder.

Tjonge, weer een persoonlijke mening.

Of is dit een proefballonnetje dat keurig getimed een half jaar voor de verkiezingen wordt opgelaten om – als de maatschappelijk beroering niet al te groot blijkt te zijn – tijdens de kabinetsformatie te worden omgezet in beleid?

Ik ben inmiddels zo wantrouwig dat ik er serieus rekening mee houd.

Paul Verburgt