Kaag en de media: de liefde is over

door | 27 april 2022 | Kruiend IJs, Wynia's Week

Met Van Drimmelen zou dit nooit zijn gebeurd!

Hoeveel D66’ers hebben dit niet stiekem gedacht toen ze Kaag zagen hannesen tijdens de persconferentie over de Me Too-affaire in hun partij?

Ze straalde uit dat ze er alleen maar stond omdat ze er niet niet kon staan.

Toen de argumenten op waren – en dat was snel – viel Kaag terug op de verdedigingslinie waar het krioelt van angstige bestuurders en betrapte politici: ‘de media hebben het gedaan.’

Dat inmiddels 800 actieve leden van haar partij in een brandbrief om opheldering hadden gevraagd, telde kennelijk niet. Of zou ze vinden dat die ook door de media zijn misleid?

Meltdown

Het werd een meltdown van olympische proportie.

Uit piëteit heb ik de tv uitgezet.

Inmiddels blijkt uit peilingen dat binnen D66 het vertrouwen in Kaag bijna is gehalveerd; 20% wil zelfs dat ze opstapt.

Bij de kiezers is de score nog slechter: ze geniet het minste vertrouwen van alle ministers, zelfs minder dan haar partijgenote Ollongren en dat zegt wat. Volgens onderzoeker De Hond is haar partij inmiddels tien zetels kwijt.

Er is niemand die haar verdedigt.

Kamerleden en bewindslieden van D66 die na de persconferentie weer mochten spreken, hielden het op algemeenheden over het erkennen van fouten (‘nooit te laat’) en samen werken aan een veilige werkplek (‘als team’).

Voor zover ze van zich lieten horen.

Over Kaag geen woord.

Evenmin kwam er publieke steun van haar collegae in het kabinet en de coalitiepartijen. Ook al die hoge bestuurders van D66-huize zwijgen.

‘Ophef’

Blijft over partijbrontosaurus Wolffensperger die het in een ingezonden brief in de Volkskrant van 23 april jl. voor haar opnam.

De brief werd direct verguisd, maar hij is juist erg de moeite waard. Het is de taal van patriciërs die de vrije pers prima vinden, zolang die zich maar netjes gedraagt.

Wolffensperger vindt die zedenzaak natuurlijk niet pluis, maar de maatschappelijke afkeuring is buiten proportie en alleen te verklaren uit ‘naijver’. Me Too wordt als alibi gebruikt om D66 en Kaag te beschadigen omdat zij te succesvol zijn. Achter dit alles zitten de media.

Niet netjes dus. Aldus Wolffensperger.

Is dit wat Kaag tijdens de persconferentie bedoelde toen ze – letterlijk – met een beschuldigende vinger naar de media wees?

Het zou zo maar kunnen.

Helemaal ongelijk heeft ze niet. De onthullingen van de Volkskrant over de Me Too-zaak waren spectaculair en de domme acties van D66 daarna eveneens. Daar schrijft geen journalist hoe gerenommeerd en bezonken ook een gortdroog stukje over. Preciezer, iedere journalist en columnist wil daar graag iets over zeggen. En dat deden ze. Ik ook.

Noem het ophef, maar ophef is als confetti op een verjaardagsfeestje. Het maakt het misschien gezelliger, maar gaat om het feestje.

Of beter, om de jarige.

En de jarige hier is Kaag. Die hoog te paard iedereen de les las. Toen zij wederom en nu op een thema dat ze bij uitstek had geclaimd, veiligheid voor vrouwen, pontificaal door de mand viel, was de boot aan.

Dat kun je vervelend vinden, maar het kan geen verrassing zijn. Maar dat was het wel en daar zit het probleem voor Kaag. Ze had kennelijk verwacht dat de pers haar wel zou helpen. Zoals altijd.

Ze had eerder juist de steun van de media

Vanaf het moment dat ze in beeld kwam als partijleider van D66 begonnen de media haar kopjes te geven. Lovende artikelen, dweperige interviews, een lange hagiografische documentaire bij de VPRO, fotoreportages van Kaag op verkiezingspad, zelfs haar gympen waren nieuws en geen talkshow of Kaag was van de partij. Kranten als NRC, Trouw en Volkskrant stonden bol van adoratie.

Als Wolffensperger de mediabelangstelling voor de Me Too-affaire disproportioneel vindt, wat denkt hij dan van de bakken kritiekloze bewondering die de media anderhalf jaar lang over Kaag hebben uitgegoten?

We kunnen er veilig vanuit gaan dat hij die passend en proportioneel vindt. Kaag is toch hartstikke goed? En D66 ook? En die journalisten zijn toch vrij in hun keuzes geweest? Nou dan!

Smoorverliefde pubers

U en ik weten dat dit onzin is. De media hebben de afgelopen periode, tot aan de publicatie in de Volkskrant over de Me Too-affaire, hun plicht verzaakt. Ze waren juichende supporters of nee, smoorverliefde pubers.

Het lijdt geen twijfel of Kaag vond deze bijval verdiend. Ze was immers overtuigd van haar morele gelijk. Ze was zoveel beter dan die Rutte die ze nog tijdens de formatiebesprekingen in een openbare lezing als een gladjanus wegzette. Zij zou alles anders doen. Beter! Nieuw leiderschap. Zij, de eerste vrouwelijke premier.

De media geloofden haar, tilden haar op het schild en kondigden de nieuwe tijd aan. Zo beïnvloedden ze de publieke opinie, stuurden het maatschappelijke debat en smoorden het tegengeluid.

Uiteraard hebben al die verliefde journalisten het wel eens voelen kriebelen. Toen Kaag haar eigen verkiezingsprogramma niet bleek te kennen, niet met Rutte wilde regeren en het toch deed, GroenLinks en PvdA liet vallen, Remkes als een dronkenman wegzette, de zedenzaak van Kamerlid en partijgenoot Smeets liet versloffen, de evacuatie uit Kabul niet wist te regelen, haar rol als minister van Financiën niet oppakte etc. etc. Maar elke keer won de liefde het.

Toedekken, negeren

Totdat twee journalisten van de Volkskrant, op het (rechte) pad gebracht door het slachtoffer van de zedenzaak bij D66, tot bezinning kwamen en bloot legden dat Kaag een ‘gewone’ politicus is. Misschien zelfs een stuk erger, want bereid om een zedenzaak toe te dekken, het slachtoffer te negeren en met de dader vrolijk verder te werken, met geen ander doel dan de hoogste plek in ons land te bereiken.

Dat brak de liefdesban die de media totdien had beheerst.

De journalisten gingen weer doen waarvoor ze op aarde zijn: artikelen schrijven in plaats van liefdesbrieven.

D66, de partij van de beeldvorming, is haar machtigste wapen kwijt. Dat is niet Kaag, maar de liefde van de media voor Kaag.

Paul Verburgt

 

Paul Verburgt