De terugkeer van De Zakenman

door | 3 oktober 2021 | Kruiend IJs, Wynia's Week

Jarenlang had ik een neger in huis. Of beter, een tot neger gemaakte.

Hij was het voortbrengsel van een kunstenaar die uit een boom een manshoog beeld houwde, zwart verfde, van een masker voorzag en een kostuum gaf dat vanuit zijn mond tot in zijn chique brogues op de grond hing, als een gordijn om zijn naaktheid te verbergen.

We ontmoetten elkaar in de jaren negentig, in een loods van het grote bedrijf waar ik werkte en dat toen beroemd was om zijn vormgeving en kunstcollectie. Was je wat hoger in rang, dan kon je aanspraak maken op een of meer kunstwerken voor op je kamer. Dat was eenrichtingsverkeer. De medewerkers van de kunstcollectie beslisten eenzijdig, wat onvergetelijke taferelen opleverden van directeuren die zaten te detoneren tussen blote vrouwen of onderdelen ervan.

Liefde op het eerste gezicht

Was je slim, dan dwong je een keuze af door zelf naar de kunstopslag te gaan en ter plekke je belang te bepleiten.

Zo kwam ik mijn neger tegen.

Liefde op het eerste gezicht. Hem wilde ik en niemand anders. Hoewel de collectiebeheerders erom bekend stonden wensen te negeren, kreeg ik direct mijn zin. Pas later hoorde ik dat ze godsblij waren van het beeld verlost te zijn.

Mijn neger was een paria. Iedereen vond hem gek dan wel angstaanjagend. Niemand wilde hem op zijn kamer. Zelfs de gangen waren taboe. Ik zeg het zonder trots, maar ik was het die deze tot neger gemaakte uit zijn gevangenschap bevrijdde.

Collega ‘van kleur’

De komst van de neger op mijn werkkamer leidde niet tot ophef. De recensies waren zoals je kon verwachten. Van ‘hé leuk’ tot ‘hè raar’. Een collega ‘van kleur’ (net zo donker als mijn neger om precies te zijn) wilde weten of ik soms niet zonder hem (die collega) kon en daarom een replica op mijn kamer had gezet.

Onschuldig waren we

Wat ik maar wilde zeggen, onschuldig waren we. Niet de kleur, maar het surrealistische realisme leidde tot reacties. En kom me niet aan met het verhaal dat ik in een – hoe heet dat ook al weer – een witte, masculiene en racistische omgeving verkeerde, want dat was niet zo.

De tijd verstreek en ik verliet het bedrijf. Inmiddels was ik zo gehecht aan mijn neger dat ik hem mee wilde nemen naar mijn nieuwe werkgever. En verdomd, ik kreeg het voor elkaar. Pontificaal stond vanaf dag 1 mijn vriend op mijn kamer, spotje recht op zijn gezicht.

Geen gesprek of het beeld kwam ter sprake. Ook hier geen woord over de kleur, wel over zijn onontkoombaarheid.

Hoe vaak ben ik niet voor een interview gefotografeerd naast hem. Bladerend door mijn krantenknipsels las ik liefdesverklaringen die nu menigten demonstranten op de been zouden brengen: ‘Ik ga waar mijn neger gaat.’

Op een gegeven moment hebben we hem bij ons in huis genomen. Op de mooiste plek, zichtbaar voor ieder die op bezoek komt of zelfs maar even aanbelt. Altijd interesse of een vrolijke recensie, nooit een onvertogen woord, behalve van mijn kleinzoon toen die een jaar of vier was en ik hem bij de hand moest nemen omdat ie bang was.

Nieuwe wereld

Geleidelijk aan deed de nieuwe wereld haar intrede. Steeds vaker kreeg ik te horen dat het beeld omstreden is, niet voor de sprekers in kwestie natuurlijk (want ruimdenkend), maar namens de tijdgeest. ‘Als anderen hem zouden zien …!’ En die krantenknipsels kon ik ook maar beter niet meer tonen.

Ik werd er een beetje schichtig van. Begon me zorgen te maken dat pakketbezorgers – meestal mannen ‘van kleur’ – het beeld zouden zien en dan boos zouden worden, want je bent maar zo slachtoffer van microagressie vandaag de dag.

Zo dreigde het beeld weer de paria te worden die hij om heel andere redenen twintig jaar eerder in die loods was geweest.

De Zakenman

Waar hebben we het over? Het kunstwerk is van Paul de Reus, beeldhouwer van uitzinnige, sprookjesachtige en liefdevolle beelden van mensen en dieren. Hij heet De Zakenman en is in de woorden van de schepper een ontmoeting tussen twee culturen, allebei met maskers, het westerse zakenpak en het Afrikaanse masker. Je moet een onmogelijke zeurkous zijn om van deze brave bedoeling iets anti-wokiaans te maken. Iets discriminerends, iets betichtends, iets vernederends.

Maar het kan. Ik merkte het steeds vaker. En ik trok het me aan zoals mijn gevoelige lezers vast al hebben opgemerkt: halverwege deze column maakte het n-woord plaats voor ‘beeld’ en ‘Zakenman’.

Terug naar huis

Om heel andere redenen dan deze verkleuring van de appreciatie brak laatst het moment aan dat we afscheid moesten nemen en dat hij terug naar huis zou gaan. Naar dat bedrijf dat De Zakenman 25 jaar opgelucht aan mijn zorg en bewondering overliet.

Ze wilden hem graag terug. Waren zelfs vergeten dat hij bij mij stond. Maar oeps, dat was wel een controversieel beeld! Die zagen ze niet ergens in een werkkamer of gang staan. Misschien kon die beter terug naar de opslag of naar een instelling waar ze dit soort omstreden kunst verzamelen.

Controversieel? Omstreden?

Kom op, mensen, als Jan Pieterszoon Coen met een enkel uitleggerig bordje op zijn sokkel mag blijven staan, dan verdient deze brave Zakenman een ereplaats, midden tussen de mensen om te laten zien dat culturen elkaar kunnen ontmoeten. En wie daar niet tegen kan, doet maar een masker op.

Paul Verburgt