De strijd tegen nepnieuws kan simpel worden misbruikt

door | 29 december 2021 | Kruiend IJs, Wynia's Week

‘Desinformatie’ vond demissionair minister De Jonge de studie die hoogleraar Waarschijnlijkheidsrekening, Ronald Meester, had gemaakt van de oversterfte in ons land.

Met heel veel voorbehoud en slagen om de arm veronderstelt deze onderzoeker dat vaccinatie in de leeftijdsgroep vanaf 60 jaar een relatie kan hebben met de hoge sterftecijfers.

Desinformatie is niet zo maar een woord. Sinds de opkomst van internet en de social media staat het voor de acties die landen als Rusland ondernemen om met valse informatie en namaaknieuws onze samenleving te destabiliseren.

Desinformatie moet serieus genomen worden …

Over deze regelrechte aanvallen moeten we niet naïef doen. Het kunnen serieuze bedreigingen zijn en onze geheime diensten hebben er hun handen vol aan. Desinformatiecampagnes zijn van alle tijden, maar in ons digitale tijdperk gebeurt het vaak massaler, geniepiger en destructiever. Reden om alert te zijn.

In het coalitieakkoord beloven de regeringspartijen ‘de strijd tegen desinformatie en nepnieuws’ te zullen voortzetten. Prima dus, doen. Volgend onderwerp.

… maar niet alles is wat het wordt genoemd

Helaas liggen de zaken niet zo eenvoudig. Gaandeweg is in de strijd tegen desinformatie de scoop enorm verbreed. Het gaat allang niet meer om externe mogendheden, het gaat om de boodschap ongeacht de afzender.

Inderdaad kan je op het internet de grootst mogelijke onzin en kletspraat tegenkomen, van wereldvreemd tot kwaadaardig. Wie alles serieus neemt, komt maar zo in de war.

En moeten we wel worden beschermd?

Dat is nu precies de opvatting die de bovenlaag van ons land huldigt. Niet over zichzelf natuurlijk, maar over de gemiddelde burger. U en ik dus. Wij worden geacht niet bestand te zijn tegen de ‘infodemie’ van Twitter, Facebook en al die andere social media.

In het algemeen dicht het weldenkende deel van de natie ons beperkte morele en intellectuele vermogens toe.

We herinneren ons allemaal hoe direct na de start van Rutte III het raadgevend referendum werd afgeschaft. Was te moeilijk voor u en mij en omdat de overheid gedwongen zou zijn om telkens anders te beslissen dan was geadviseerd, zouden we steeds teleurgesteld worden. Dat moesten we met elkaar niet willen.

Wie zijn toch die mensen?

Steeds vaker ook kun je in die kringen horen dat het kiesrecht voorbehouden zou moeten zijn aan mensen met een bepaald opleidingsniveau. “Wie zijn toch die mensen?” vroeg mevrouw Kaag zich verbijsterd af toen ze werd geconfronteerd met kiezers in wier politieke voorkeur ze zich niet kon verplaatsen. Die moesten wel dom en misleid zijn, zo was de implicatie.

En zo verruimde de strijd tegen desinformatie door de Russen zich naar strijd tegen ons allemaal omdat we meningen zouden kunnen ventileren of liken die onze leiders niet verstandig vinden. Niet verstandig in de zin van afwijkend van het door hen voorgestane narratief.

Overdrijf ik? Nee.

Ongekende bemoeienis met meningsvrijheid

In navolging van de European Digital Media Observatory (EDMO) zette het kabinet in 2020 een comité aan het werk om fake news te herkennen, analyseren en openbaar te maken. Niet alleen van de Russen, maar in het algemeen.

De club was ‘onafhankelijk’ en het was aan de betreffende social media om te bepalen wat ze met haar bevindingen zouden doen, maar dit was onvertoond. Niet eerder in de recente geschiedenis bemoeide de Staat zich zo met de vrijheid van meningsuiting.

Dat van het comité weinig werd gehoord, doet er niet toe. Hier was een barrière genomen.

We kunnen op onze vingers natellen dat er meer gaat komen. Er is altijd wel een argument.

Ging het in 2020 om de Tweede Kamerverkiezingen, vandaag kan het gaan om de coronacrisis. In kringen van de Europese Commissie wordt openlijk getwijfeld aan de juistheid van allerhande informatie die op het internet over het virus wordt verspreid. Ook hier werd weer gewezen op Rusland, maar de stap naar andere ‘misleidende’ bronnen is maar zo gezet.

De onwelgevallig boodschap als ‘nepnieuws’

Terug naar demissionair minister De Jonge die een wetenschappelijk onderzoek dat twijfel zou kunnen oproepen aan de werking van vaccins, afdeed als desinformatie. De betrokken onderzoeker is geen Rus en zijn prudente onderzoek beoogt ook geen destabilisatie van ons land.

De woede van De Jonge zat ‘m in de hem onwelgevallige boodschap. En als je dat desinformatie noemt, heb je heel wat stappen gezet op het hellende vlak van de strijd tegen fake news.

De bewindsman is binnenkort verdwenen en niemand zal aan zijn uitspraak nog een woord vuil maken.

Maar u en ik weten waar we staan: de door de coalitie gewenste strijd tegen desinformatie en nepnieuws gaat uiteindelijk over onze vrijheid van meningsuiting.

Paul Verburgt