De opkomst viel tegen, maar er waren wel 55.000 burgers die raadslid wilden worden

door | 16 maart 2022 | Kruiend IJs, Wynia's Week

Een paar weken geleden kwam de NOS met het bericht dat onder de kandidaten voor de gemeenteraden de ’traditionele Nederlandse jongensnamen’ verreweg het meest voorkomen. Ze hadden alle kandidatenlijsten bekeken en daar stond 1377 keer een Jan op, gevolgd door Peter, Hans, Henk, Wim, Paul, Rob, Bert, Kees en Johan.

Nou dan weet je het wel, was de implicatie.

En voor wie het nog niet helemaal doorhad: de eerste meisjesnaam kwam pas op plaats 54 van deze hitparade. Over inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond hoefden we het al helemaal niet te hebben. Pas op de 425e plek was een Mohammed gesignaleerd.

De NOS had nog meer slecht nieuws.

Van de 55.000 kandidaat-raadsleden is slechts 30% vrouw.

Tendentieus

Echt nieuws was het natuurlijk niet, want het profiel van gemeenteraadsleden is al jaren min of meer constant, zij het dat er inmiddels meer vrouwen aan de verkiezingen deelnemen dan in het verleden.

Daarmee werd het telwerk van de NOS vooral een modieuze, wat tendentieuze suggestie in de trant van “Hoezo democratie? Het is een onderonsje van witte mannen die zoals we allemaal weten ook in de rest van de maatschappij aan de touwtjes trekken.”

De omroep had er nog het adjectief ‘oude’ aan kunnen toevoegen, want de gemiddelde leeftijd van raadsleden is 50+.

Oude, witte mannen. Weer!

Voor een verdere analyse moeten we niet bij de NOS zijn. Die bepaalde zich in haar berichtgeving verder tot de vraag welke landelijke partijen aan de verkiezingen meedoen en maakte zich vrolijk om de koddige namen van enkele lokale partijen.

We pakken dus maar even wat onderzoeken erbij die over de participatie van vrouwen en minderheden in de (lokale) politiek zijn geschreven.

“Rolmodellen”

Politiek is gemaakt voor en door witte mannen, is de algemene boodschap. Vrouwen, lhbti+ en mensen met een migratieachtergrond worden daardoor uitgesloten, althans afgeschrikt.

Tja.

Meer praktische bevindingen zijn er ook.  Regelmatig wordt gewezen op het ontbreken van rolmodellen. Een stelling die althans voor vrouwen moeilijk houdbaar is, want er zijn inmiddels heel wat vrouwelijke wethouders en fractieleiders, zowel links als rechts. Maar misschien zitten daar niet steeds de ideale rolmodellen tussen. Denk even aan de onthutsende appjes waarmee de Amsterdamse wethouder van GroenLinks, Marieke van Doorninck, de gemeenteraad buiten spel wilde zetten bij de discussie over windturbines in de stad.

Anderen wijzen op het tijdrovende karakter van het raadswerk en op het feit dat dit veelal in de avonden en in de weekends moet gebeuren. Vooral vrouwen zouden daar last van hebben.

Zelfopoffering

Het is natuurlijk waar dat lokale politiek heel veel tijd kost. Je bent  gemiddeld 16 uur per week kwijt, variërend van 12 uur in een kleine gemeente tot wel 27 uur in een van de vier grote steden.

Aan de andere kant, zolang de volksvertegenwoordigers in de gemeentes geen vrijgestelde professionals zijn – wat god verhoede – , zal het een kwestie van passen, meten, zelfopoffering en idealisme zijn.

Komen we bij een andere conclusie. Vrouwen zouden naar hun aard niet de neiging hebben om zichzelf op de voorgrond te plaatsen en zich te kandideren voor de gemeenteraad. Ze moeten gevraagd worden, meldt een onderzoekster.

Nou breekt mijn klomp. Zijn we net verlost van het old boys network waar men elkaar aan baantjes hielp, krijgen we het advies om een variant ervan voor verlegen vrouwen in het leven te roepen.

Kwetsbare wezens?

Overtuigen doen deze onderzoeksresultaten niet. Integendeel, ze positioneren met name de vrouw als een kwetsbaar, afhankelijk wezentje dat met allerhande hulpmiddelen de grote mensenwereld in geholpen moet worden.

Raar.

Laten we even op bezoek gaan bij de partij die toch als schoolvoorbeeld van modern, jong, hoogopgeleid, geëmancipeerd en niet met oude vooroordelen besmet door het leven gaat (nou ja, ging), Volt.

Deze partij wilde in 25 gemeenten meedoen en wel zo dat op elke kieslijst afwisselend mannen en vrouwen zou staan. Een soort quotumregeling dus.

Maar helaas, zelfs in deze club mislukte dat. Te weinig vrouwen wilden. Het partijbestuur deed nog wel een poging dit te verhullen met smoesjes dat de partij nog te kort zou bestaan, maar overtuigend was het niet.

Hanengevechtjes

Politiek is strijd. Belangen- en ideeënstrijd, maar ook vaak strijd met een kleine s, een beetje kleinzielig en op de man (m/v) gespeeld. Dat is nu eenmaal politiek, zegt men dan. Wellicht hebben vrouwen daar minder trek in. Ze zijn in elk geval gemiddeld veel socialer en op verbinding gericht dan mannen. En dat is geen seksistische opmerking, want juist deze karakteristiek wordt door voorstanders van meer vrouwen in topfuncties opgevoerd om hun punt te maken.

Die aversie tegen politieke hanengevechtjes komt waarschijnlijk bovenop de werkdruk van het raadslidmaatschap. Feministen zullen wijzen op de onevenwichtige verdeling van de zorgtaken thuis en op het feit dat politiek plaatsvindt in de avonden en weekends, maar misschien zijn er ook andere afwegingen.

Niet zo’n zin?

In een land waar het overgrote deel van de vrouwen parttime werkt en daar weinig verandering in lijkt te zullen aanbrengen als de kinderopvang anders geregeld wordt, zou het wel eens kunnen zijn dat vrouwen (niet allemaal etc.) niet zo’n zin hebben in dit extra werk.

Dat geldt te meer omdat vrouwen gemiddeld minder politiek geïnteresseerd lijken te zijn dan mannen. Allemaal foei en bah, maar niet verboden.

Daar komt bij dat het raadswerk vaak niet spectaculair is. Saai zelfs. De ene kadernota na het andere conceptplan, het ene advies na de andere missive uit Den Haag. Ambtenaren die feitelijk de koers uitzetten, wethouders die vaak woekerend met tijd en energie hun klus moeten doen. En achter de horizon van elke gemeenteraad liggen ongrijpbare verbanden als regionale samenwerkingen, gemeenschappelijke regelingen, de provincie en wat al niet.

Uw columnist heeft een tijdje meegedraaid vanaf een zijpositie in een kleine gemeente en – hoewel ik best wel wat gewend ben – was ik diep onder de indruk van de enorme hoeveelheid werk dat raadsleden moesten verzetten, vaak tegen de stroom van ambtenaren en wethouders in en onder voortdurende desinteresse dan wel bozige reacties van de kiezers.

De realiteit

Je kunt je zoals de NOS bekreunen om die 30% vrouwenparticipatie, maar dan toon je toch weinig zicht op de werkelijkheid.

Het goede nieuws is dat zo’n 55.000 medeburgers bereid zijn om mee te doen in de lokale democratie. Op circa 8500 vacante raadszetels is dat zo’n zes kandidaten per zetel. Je leest het nergens, ook niet bij de NOS, maar het is formidabel.

En ja, er zitten veel ‘ouderen’ bij, wat niet zoals de NOS suggereerde een obstakel is, maar een logisch gevolg van het feit dat een bewerkelijke klus als raadswerk beter te combineren is in een latere levensfase dan in het begin van je carrière en gezin. Wees blij dat mensen dit willen doen, zou je zeggen.

Goed nieuws is ook dat het heel eenvoudig is om zelf een politieke partij op te richten en aan de verkiezingen deel te nemen. Wie dus vindt dat er te weinig vrouwen, jongeren, burgers met een niet-westerse achtergrond of wat dan ook participeren, weet wat ie kan doen. Dat is een stuk heldhaftiger en autonomer dan boeh roepen over andere partijen en witte mannen.

Leve de lokalen

Wie de lokale politiek echt wil helpen, moet zorgen dat lokale partijen – inmiddels goed voor 30% van de zetels – subsidie krijgen om hun organisatie te stutten en kader te vormen. Den Haag, dat zich graag bemoeit met de gemeenteraadsverkiezingen door bepaalde partijen uit te sluiten of obligaat op te roepen om te gaan stemmen, kan beter dit onderwerp eens regelen. Een paar weken geleden is het ze weer niet gelukt!

Maak je je zorgen om ondervertegenwoordiging, dan zou je die lokale partijen helemaal in de armen moeten sluiten. Waar de landelijke partijen vooral de hoogopgeleide bovenlaag aanspreken, daar weten de lokalo’s juist de burgers aan de andere kant van het maatschappelijk spectrum te vinden: de laagopgeleiden, de gepensioneerden en de beroepsbeoefenaren waarop de samenleving draait, van de politieagent tot de garagehouder.

Anders dan de flexibele, zelfredzame anywheres zijn deze somewheres veel meer verbonden, zo niet afhankelijk van hun woonplaats. Echt een ander en veel wezenlijker issue dan geslacht of migratieverleden!

Kijk je naar de lage opkomstcijfers – bijna de helft van de kiesgerechtigden bleef thuis – dan zit hier de kans op verbetering, want het zijn veelal deze kiezers die zich niet gerepresenteerd voelen.

Help de lokale democratie

De lokale democratie is ook gebaat bij actieve en professionele journalistiek die raadsvergaderingen volgt en voor het publiek inzichtelijk maakt. Daarover horen we bijna niemand meer over. Kennelijk hebben onze autoriteiten zich neergelegd bij de incidentele huis-aan-huis-bladreportages of erger, vinden ze het wel best zo. Welke landelijke partij of minister komt eens met een gedurfd voorstel om de lokale journalistiek een boost te geven?

Ook de vergoeding voor het raadswerk zou omhoog kunnen. Al was het maar als blijk van waardering. In een kleine gemeente is de maandelijkse vergoeding ongeveer 1000 euro, in de grootste steden is dat ruim 2500 euro. Dat klinkt veel, maar omgerekend naar een uurloon, is het een grijpstuiver die bovendien bovenop je reguliere inkomen komt.

Iemand in Den Haag?

Zou Den Haag ook eens ophouden gemeenten te gebruiken als een soort uitvoeringskantoor van het eigen beleid en zou het ze ook eens lukken om niet op alles en nog wat te bezuinigen, dan krijgen gemeenteraden pas echt body.

Herkenbaarheid of beschikbaarheid?

Natuurlijk, de herkenbaarheid van de politiek neemt toe als burgers zich kunnen identificeren met hun bestuurders en vertegenwoordigers. Maar herkenbaarheid zit niet zozeer in geslacht en migratieverleden, maar in een open oor en goede prestaties van de eigen vertegenwoordigers ten behoeve van de eigen gemeenschap.

En voor de rest? Democratie is als het echte leven. Vaak gedoe, kleine stapjes, teleurstellingen en zo nu en dan een meevaller of zelfs succes.

Deal with it.

Paul Verburgt