De koffergooiers van de democratie

door | 22 juni 2022 | Kruiend IJs, Wynia's Week

De opwinding over de tranen van Sophie Hermans getuigt van weinig historische besef. Er is immers heel wat afgehuild in ’s lands vergaderzaal. Vooral door VVD’ers.

Wie herinnert zich niet het gesnotter van de wegvluchtende Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg. Of het geslik en de waterige oogjes van de ministers Ard van der Steur en Halbe Zijlstra bij hun aftreden?

Overigens – maar dat is een kwestie van smaak – zijn de gierende uithalen van Elske ter Veld van de PvdA bij mij favoriet. Zij moest in 1993 als staatssecretaris opstappen en kon slechts ondersteund door de latere Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven de uitgang bereiken.

Huilen en mislukken gaan hand in hand. Het kan een voorteken zijn voor Sophie Hermans, maar misschien waren de tranen haar Maxima Zorreguieta-momentje en wordt ze de koningin van de VVD.

Geen mensen van statuur

Allemaal vreselijk interessant, maar voor wie verder kijkt is het klein bier. Het echte probleem is dat de VVD en eigenlijk de meeste politieke partijen er niet in slagen mensen van statuur te rekruteren. Mensen met een boeiende intellectuele bagage, een indrukwekkende maatschappelijke ervaring en een eigenstandige persoonlijkheid.

Het is koekoek eenzang. Inwisselbaar, kleurloos, aangepast en vaak vederlicht. Het zijn de ‘koffergooiers’ van de democratie, zij het aanzienlijk beter betaald dan hun collega’s op Schiphol. Ze houden de boel draaiend, werken bij nacht en ontij, maar vraag ze niet waar de reis naartoe gaat.

De fractie van de VVD is – naar hedendaagse maatstaven – groot, 34 personen, en daardoor val je als individueel Kamerlid minder snel op dan in kleine fracties. Maar dat verklaart niet veel, ook bij kleinere fracties ritselt het van de gezichtlozen.

Tussenstap in een loopbaan

Zonder twijfel heeft Rutte, die niet erg van tegenspraak houdt, ertoe bijgedragen dat de VVD-fractie zich als een zondagsschool gedraagt. Maar ook dat verklaart niet alles.

Net zomin als de constatering dat het Kamerwerk zwaar is, de ondersteuning onvoldoende en de Kamer een ‘burn-outfabriek’.

Er is alle reden om het aantal Kamerleden te verhogen van 150 naar 200. De bevolking is immers met ruim 7 miljoen mensen gegroeid, maar dat zegt meer over de democratie dan over het Kamerwerk.

Een afdoende verklaring is ook niet dat je in de politiek ‘zo maar’ je baan kan verliezen. Theoretisch klopt het, maar dat het parlement een duiventil is, komt vooral omdat het Kamerlidmaatschap steeds meer wordt gezien als een tussenstap in een loopbaan.

Hoe ziet de VVD-fractie eruit?

Wellicht de belangrijkste functie van een politieke partij is het rekruteren van volksvertegenwoordigers en bestuurders. Dat is een lastige taak.

Politiek is niet erg populair, zeker de Tweede Kamer niet. En als zich geïnteresseerden aandienen, valt het vaak niet mee om de baantjesjagers en querulanten er op tijd uit te ziften. Bovendien is het altijd vervelend om ongeschikte sollicitanten de deur te wijzen, zoals het heel menselijk is om kinderen van belangrijke partijgenoten een mooi plekje te geven.

Moeilijk, moeilijk, maar dat is je opdracht, dus maak er wat van, zou je zeggen.

Laten we kijken we of dit een beetje is gelukt bij de huidige VVD-fractie, als voorbeeld.

Geslacht, etniciteit, leeftijd, opleiding

Eerst wat technicalities.

Negen vrouwen en 25 mannen, volgens de heersende leer niet okay, maar minder erg dan het eruit ziet vanwege ziekte van twee verkozen vrouwen en de benoeming tot bewindspersoon van twee andere.

Er zitten ook vier à vijf personen met een migratieachtergrond in de fractie, een altijd wat curieus wapenfeit als de betrokkenen al decennia in ons land wonen, maar goed, het wordt belangrijk gevonden.

Het oudste fractielid is 61 jaar, dan heb je een zestal mensen van in de 50 en de rest zijn dertigers en veertigers.

Dertig Kamerleden hebben hoger onderwijs gevolgd, veel alfa- en gammaopleidingen, maar ook civiele techniek, finance, geneeskunde, farmacie, verpleegkunde en de politieacademie. Verder zitten er twee Mbo’ers tussen en was de opleiding van twee anderen niet te achterhalen.

Middelbare scholierenproza

Dat brengt me op een tussenopmerking. Op de site van de Tweede Kamer staan allerlei gegevens van Kamerleden; die worden overduidelijk door henzelf of hun partij aangeleverd. Het is vaak slordig, onvolledig en niet zelden kinderachtig (“ik wil iets betekenen voor Nederland.”).

Nog erger is de site van de VVD, die in middelbare scholierenproza en TikTok-achtige filmpjes zijn volksvertegenwoordigers presenteert. En dan praten we maar niet over de klungelige Wikipediapagina van de partij.

Wanneer ik in deze column iets mis of verkeerd zeg, doe ik dat dus in commissie.

Beroepservaring

Dan nu de maatschappelijke ervaring in de VVD-fractie.

Voor een partij die zich graag associeert (associeerde) met ondernemers, is het aantal fractieleden dat ervaring als ondernemer heeft, niet groot: zes. Sommigen waren het jaren achtereen, anderen een paar jaar en sommigen beweren het alleen maar.

Ervaring in het bedrijfsleven komt ook weinig voor, een stuk of zes Kamerleden. Een enkeling langjarig, de meesten een paar jaartjes.

Er zijn nogal wat fractieleden die Zzp’er zijn geweest, vaak – zo oogt het – als een tussenbaan of parttime bezigheid naast andere beslommeringen. Veel voorlichting, communicatie en hr.

Een enkeling, zoals Sophie Hermans, werkte een paar jaar bij een adviesbureau, meestal als eerste job in hun loopbaan.

Dan heb je nog een aantal voormalige departementsambtenaren, BuZa, Justitie, BiZa en EZ. Ook hier meestal als eerste of tweede baan.

Verder kom je fractieleden tegen met – in deze kring – afwijkende beroepen zoals politiecommissaris, apotheker en zorgmanager. Het zijn meestal de oudere Kamerleden, ze kunnen bogen op vele jaren ervaring.

Opvallend (en aan de media niet ontgaan) is dat niet minder dan negen van de 34 Kamerleden een lange carrière bij de fractie hebben, als beleidsmedewerker, voorlichter/speechschrijver of politiek assistent. Sommigen gingen met hun Kamerlid mee als die bewindspersoon werd. Bij diens aftreden bleef men vaak nog enige tijd hangen op het desbetreffende departement.

Voorbeelden van dit soort homegrown Kamerleden zijn Sophie Hermans (6 jaar), Bente Becker (7 jaar en niets anders), Eelco Heinen (11 jaar), Ingrid Michon (5 jaar), Peter Valstar (11 jaar en niets anders), Peter van Strien (11 jaar) en Daan de Neef (14 jaar).

Weinig leidinggevende ervaring

Allemaal keurige betrekkingen, daar niet van, maar op een paar Kamerleden na zijn het allemaal bescheiden functies, uitvoerend en niet beleidsbepalend, ook al is de titulatuur natuurlijk vaak imposant. Leidinggevende ervaring zie je niet veel. Eindverantwoordelijkheid nergens, op een enkele ondernemer na (vermoed ik).

Internationale ervaring is heel beperkt – een handjevol werkte in het buitenland – en tussen maatschappelijke sectoren is niet veel geswitcht.

Weliswaar was menigeen een tijdje lid van een gemeenteraad of zelfs wethouder, maar dat telt hier niet. We zijn immers op zoek naar kwalificaties die iemand geschikt maakt voor de politiek, niet naar ervaring in de politiek.

Krankzinnig risico

Het is allemaal erg dun. Een ruime meerderheid is erg jong, maatschappelijk onervaren en heeft zich vaak ook erg eenzijdig en beschermd ontwikkeld.

Hoe komt de VVD erbij om te denken dat dit een stevige fractie is? De grootste fractie nota bene, de fractie van de premier?

Te meer omdat 25 van de 34 fractieleden een rookie is, voor de eerste keer Kamerlid. Een krankzinnig risico omdat het bijna een hele zittingstermijn kost voor een Kamerlid een beetje naar behoren kan functioneren. Zo complex en veelvormig is dat vak.

Dramatisch perspectief

Het was eenvoudig te voorspellen wat er zou gaan gebeuren. De paar veteranen en de 9 Kamerleden met een verleden als fractiemedewerker maken de dienst uit en voor het overige voegt men zich naar de door Rutte geëiste fractiediscipline of zoekt in de mist naar houvast.

Wie ook maar even aandrang krijgt om een eigen mening te krijgen, vindt micromanager-met-faalangst Sophie Hermans op zijn of haar weg.

Het resultaat is een fractie zonder enig profiel en een vrijwel opgebrande fractieleider.

Het perspectief is dramatisch. Mocht Sophie Hermans uitvallen – en dat is zeker denkbaar – , dan stort de boel in elkaar. Blijft ze overeind, dan is de uitkomst niet veel beter.

Eigenzinnigheid geen pluspunt

Bij andere fracties zie je dezelfde problemen. Het CDA bijvoorbeeld is volmaakt grijs en anoniem. En een Jesse Klaver heeft zelfs gedicteerd dat zijn fractieleden aan hem verantwoording moeten afleggen, wat de dames en heren bij hun kandidaatstelling netjes voor akkoord moesten ondertekenen.

En kijk ook even naar de headhunterij van D66 toen die bewindslieden tekort kwam: drie van de tien werden op de valreep aangeworven, partijlid gemaakt en in het kabinet gezet.  

Vrijwel alle partijen ‘evalueren’ jaarlijks hun Kamerleden en reken maar dat eigenzinnigheid of originaliteit daarbij geen pluspunten zijn. Aantallen aangenomen moties, citaten in de media, volgzaamheid, hard werken, dat scoort.

Horigen

En dan heb je nog de verjonging, de doem die de partijen boven hun fracties laten zweven. Ook al doe je je uiterste beste en ben je volgzamer dan een lijfeigene, het kan maar zo gebeuren dat je aan het eind van je termijn opeens ’te oud’ bent. Dat kan slaan op je leeftijd, het aantal zittingsperioden, je standpunten of – nog platter – dat jongeren een plaats moeten krijgen. Willekeur zoals het horigen betaamt.

Zo skipte de VVD het ervaren Kamerlid André Bosman, die als voorzitter van de Tijdelijke Onderzoekscommissie Uitvoeringsorganisaties net een belangwekkend rapport had doen verschijnen. De CDA loosde Chris van Dam, de man die leiding aan de geruchtmakende Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag.

Voeg daarbij de dwanggedachte dat een fractie pas een afspiegeling van de samenleving is als er voldoende vrouwen (een woord dat zijn houdbaarheid dreigt te verliezen) en mensen van kleur in zitten. Dat de samenleving ook en zelfs juist behoefte heeft aan veelsoortige maatschappelijke ervaring, rijpheid, overzicht, autonomie, hoog- en praktisch opgeleiden, telt nauwelijks .

En wat te denken van zoiets ouderwets als autoriteit? Gezag, niet omdat je Kamerlid bent, maar omdat je mening bezonken en weloverwogen is, gebaseerd op kennis en ervaring, inleving en oordeelsvermogen.

Telt niet. Lastig.

Liever rekruteren ze koffergooiers.

Paul Verburgt